Grip

De ankers van een kunstenaar

UIT HET HART

Tekst: Mirjam de Heer
Illustraties: Studio Drift

Waarmee houdt een kunstenaar zich staande op de woelige golven van het leven in een tijd van oorlog en crisis? Hoe blijf je zelf geïnspireerd? Hoe maak je ruimte en tijd? En hoe zorg je dat je werk relevant blijft? Hoe doet Lonneke Gordijn van Studio Drift dat?

In 2007 richtte Lonneke Gordijn samen met Ralph Nauta Studio Drift op. Samen met meer dan zestig specialisten maken zij bewegende installaties, waarin kunst, techniek en natuur samen komen. Lichtgevende drones die als een zwerm spreeuwen boven de skyline van Rotterdam vliegen, lampen die als ontluikende bloemen uitvouwen en weer in hun knop kruipen en glazen buizen die als machtige vleugels op en neer bewegen.

De elementen die kenmerkend zijn voor het werk van Studio Drift, de fascinatie voor de natuur, de speelse creativiteit, technische vaardigheden en als grote drijfveer het maatschappelijk activisme zijn al vroeg in Lonnekes leven aan de oppervlakte gekomen. Zowel haar ouders als leerkrachten en docenten hebben eraan bijgedragen dat zij deze eigenschappen kon ontwikkelen en de kunstenaar kon worden die zij nu is.

De verwondering

“Die fascinatie voor de natuur, dat heeft niemand mij geleerd. Dat zit gewoon in mij. Ik was als kind altijd buiten. Ik wilde begrijpen hoe de natuur werkt, voelen wat een dier voelt, snappen hoe een plant groeit, weten hoe een mier beweegt en bevatten hoe een vogel in staat is met de andere vogels als een zwerm te vliegen. Overal om me heen zag ik dingen die vragen opriepen. Die interesse werd enorm gestimuleerd door mijn moeder. Zij was lerares op een basisschool en hield van planten en van de tuin. Al vroeg werden wij al aan het werk gezet om te zaaien en planten te verzorgen. Zo voedde zij mijn fascinatie voor alles wat leeft en beweegt.

En als je eenmaal je passie hebt gevonden, dan ga je die bewust opzoeken. Ook kunstwerken kunnen die verwondering opwekken. Ik kan me herinneren dat ik drie was toen ik in het Kröller-Müller Museum Jardin d’émail van Jean Dubuffet zag. Het was koud en nat en voor mij was dit kunstwerk een hele nieuwe wereld van ijs waar ik helemaal in op kon gaan. Eerst word je in die wereld ondergedompeld, dan komen de vragen.

Het onderzoek

“Sommige vragen blijven in je hoofd hangen. Ze komen terug en dwingen je op onderzoek uit te gaan, op jacht naar antwoorden. Als je jong bent ben je niet bang om dat onderzoek aan te gaan. Hoe ouder je wordt, hoe meer je het gevoel hebt dat je alles moet weten, hoe meer je denkt dat je overal grip op moet hebben. Maar de realiteit is dat je niet alles zelf kunt of weet. Ik heb geleerd: je moet je niet laten beperken tot wat je zelf weet of kunt. Je kunt er altijd een ander bij halen. De research van mijn team helpt mij om vragen op te lossen.”

Als ik een vraag in mijn hoofd heb praat ik er meestal eerst met Ralph over. Zo’n gesprek levert je altijd een ander perspectief op, een gemeenschappelijk enthousiasme, waardoor je zelf weer verder kunt denken. Er ontstaan meerdere stroompjes in je hoofd. En dan ineens loop je op straat en zie je iets en dan snap je het. Dan heb je iets ontdekt. Vaak is dat een universele laag die onder de vraag schuil ging. En dan weet je: ik ben met iets relevants bezig. Dit onderzoeksproces kun je niet dirigeren. Het loopt zoals het loopt, in zijn eigen tempo. Ik voel altijd wel de tijdsdruk, maar ik weet ook dat nodig is om die los te laten.”

Het activisme

“Ik wist al jong dat ik iets creatiefs wilde gaan doen. Je hebt in elke klas wel zo’n kind dat het heerlijk vindt om dingen te maken. Ik was zo’n kind. Ik tekende graag en doordat ik dat veel deed werd ik er steeds beter in. Ook die creativiteit werd thuis gestimuleerd. Er waren altijd wel teken- en knutselmaterialen om mee te werken. Toch wilde ik geen kunstenaar worden. De kunstacademie, dat leek me niet slim. Zo’n kunstenaar denkt alleen maar over zichzelf na en maakt mooie dingen. Ik wilde idealistischer bezig zijn dan dat. Daarom ging ik kijken bij de Design Academy in Eindhoven. Ik weet niet eens wat ze daar verteld hebben, maar ik zag de werkplaatsen met al die materialen en ik was verkocht. Daar wilde ik heen. Mijn ouders lieten me vrij.

Van de docenten op de Design Academy leerde ik te spelen. Ik herinner me een docent waarvoor ik elke week een heel groot schilderij moest maken. Ik wilde natuurlijk iets goeds maken, dus ik begon met heel lang nadenken en precies de weg uitstippelen voor ik aan de slag ging. Maar dat red je niet als je iedere week iets moet inleveren. Dan moet je gewoon beginnen, vertrouwen op je gevoel en de controle laten varen. Daar leer je van dat er heel veel wegen zijn naar Rome en dat als je gewoon één van die wegen neemt je er vanzelf komt. Dat ik dat heb geleerd heeft me zelfvertrouwen gegeven en een enorm gevoel van vrijheid.

Op de Academy ontwikkelde ik ook mijn eigen visie en benadering. Ik had altijd al een goed ruimtelijk inzicht en ontdekte dat het maken van driedimensionale dingen mijn uitingsvorm was. Mijn activisme zorgde ervoor dat het driedimensionale kunst is geworden die beweegt. Beweging staat voor mij voor het leven, voor transformatie, voor verandering.”

Het communiceren

“Ik zie kunst als een vorm van communicatie. De coronacrisis heeft dat meer dan duidelijk gemaakt. Toen ineens alles weg was, de musea, de theaters, de film en de muziek viel alles uit elkaar. Er is was geen verbinding meer.

Onze bewegende beelden zijn gemaakt om interactie aan te gaan. En we bereiken er grote groepen mensen mee. In plaats van met woorden zetten wij met bewegende beelden mensen aan om stil te staan, zich te verwonderen én zelf in beweging te komen. Want onze boodschap is er een voor de toekomst: koester de verbinding, met elkaar, met onze aarde. Leer van de spreeuwen, van de manier waarop zij zich als zwerm samen verplaatsen. Leer van de bloemen die zichzelf ’s nachts klein opvouwen om overdag weer prachtig uit te klappen. Leer van de natuur en leer van de kunst.”

“Laat je niet laten beperken tot wat je zelf weet of kunt”