Druk Druk Druk

Gastles Druk, druk, druk

90 minuten

  • Lesdoelen
    • De leerlingen raken bekend met de techniek materiaaldruk.
    • De leerlingen kunnen een verband leggen tussen het soort materiaal en de afdruk ervan.
  • Voorbereiding en benodigdheden
    De school zorgt voor:

    • krat of doos met de verzamelde materialen
    • wit of lichtblauw A4 papier (per leerling 8 velletjes)
    • waslijn om de droogmolentjes die Leintje meeneemt op te hangen (in de drukwerkplaats)
    • naamstickers: voor elke leerling 1 (deze worden op de droogmolentjes geplakt die Leintje meeneemt)
    • schorten (voor de helft van de klas)
    • scharen en lijm
    • schoonmaakmiddelen om na afloop de tafels in de drukwerkplaats schoon te maken.

    Leintje neemt mee:

    • de lesmateriaal voor de leerkracht
    • drukinkt
    • droogmolentjes
    • leporello

    Voorbereiding

    • Regel 2 hulpouders om te assisteren bij de workshop van Leintje en om na afloop de “drukwerkplaats” op te ruimen en schoon te maken.
    • Richt in je eigen klaslokaal een ruimte in waar genoeg ruimte is om met de halve groep leerlingen de workshop te kunnen volgen. Er moeten genoeg tafels en stoelen staan; elke leerling heeft ongeveer 50 centimeter werkruimte nodig. Bedek de tafels met oude kranten of zeil.
    • Hang genoeg meters waslijn op in het lokaal of in de buurt van het lokaal, zoals op de gang. Hieraan komt voor elke leerling 1 droogmolentje aan te hangen. Gemiddeld maken de leerlingen 8 tot 10 drukken.
    • Verdeel de klas in twee groepen.
    • Zorg dat je voor iedere leerling een naamsticker hebt geschreven, deze worden op de droogmolentjes geplakt.
  • Tijdsindeling gastles
    • introductie: 7 minuten
    • workshop: 25 minuten
    • opdrachten in de klas: 25 minuten
    • afsluiting: 10 minuten

Introductie

Leintje stelt zich voor aan de klas. Indien nodig bekijkt ze met de leerlingen nog een keer het filmpje. Leintje neemt een werk hieruit mee, waarover ze iets zal vertellen. De krat of doos met de verzamelde materialen wordt er vervolgens bij gepakt; deze zullen in de workshop gebruikt worden. Leintje legt kort uit wat de leerlingen gaan doen en daarna gaat de klas uiteen.

Zoekspel Met de leerkracht

Ga met de leerlingen in een kring zitten en vorm tweetallen. Leintje heeft 7 foto’s van de afdrukken voor je meegenomen, deze leg je in het midden op de grond. Elk tweetal krijgt een van de door Leintje meegebrachte doosjes, dat ze op jouw teken mogen openmaken. In elk doosje zit een stukje materiaal dat is gebruikt om een van de afdrukken in het midden te maken. Samen gaan jullie op onderzoek uit: welk materiaal hoort bij welke foto?

Stel de volgende vragen en benoem de eigenschappen van de materialen om de tweetallen een voor een te helpen:

  1. Wat is het? (bijvoorbeeld: een stukje papier, een veer)
  2. Hoe voelt het? (bijvoorbeeld: zacht, hard, er zitten gaten in)
  3. Wat zie je? (benoem de vorm, bijvoorbeeld: rond, vierkant, lijnen)

Leg vervolgens het verband tussen het materiaal en de foto door te vragen naar de overeenkomsten, bijvoorbeeld: in welke foto zie je rondjes, vierkanten, lijnen?
Benoem de overeenkomsten zelf als blijkt dat het te moeilijk is voor de leerlingen.

Na het vinden van de juiste foto legt het tweetal het stukje materiaal erop. Daarna is het volgende tweetal aan de beurt.

Prenten bekijken met de leerkracht


Leintje heeft vijf afbeeldingen van het werk van de kunstenaar Eric Carle voor je meegenomen, een stukje tapijt, een roller met inkt en een vel papier.

Laat de leerlingen de drie dierenplaten zien. Misschien herkennen ze zijn stijl wel: Eric is de maker van Rupsje Nooitgenoeg. Wijs op het stippenpatroon: hoe heeft hij dat gedaan?

Laat voor het antwoord op deze vraag de twee andere platen zien. Wat smeert de kunstenaar hier in met verf? Hij gebruikt een stukje tapijt om af te drukken! Pak het stukje tapijt erbij, smeer eventueel nog in met verf en druk het stevig op het papier. Kijk: zo maak je de stippen op de huid van een beest.

Workshop met Leintje

In de drukwerkplaats in het klaslokaal krijgen de kinderen uitleg over de techniek. Deze is afgestemd op de verschillen in motorische ontwikkeling, zodat elk kind kan meedoen. We gaan stempelen, scheuren/knippen en aan de slag met sjabloon- en materiaaldruk. Op deze manier maken we allerlei mooie dieren.

De hulpouders of groepshulpen begeleiden samen met Leintje het maken van de afdrukken met drukinkt, het ophangen van het natte werk en na afloop met het opruimen en schoonmaken van de “drukwerkplaats”.

Afsluiting

Als iedereen terug in het klaslokaal is laat Leintje de leerlingen zelf de mooiste afdrukken uitkiezen om aan de anderen te laten zien. Zij zelf kiest één werk om in een leporello te plakken: een Japans vouwboek, dat opengevouwen op een kast gezet wordt. De rest van de gekozen werken kun je na het drogen ook in het boek plakken.