-
Lesdoelen
De leerlingen:
-
verzamelen woorden in hun buurt en op school
- bekijken de woorden vanuit vorm en inhoud
- sorteren de woorden
-
-
Voorbereiding en benodigdheden
Leg klaar:
- een lege pot of doos, of ruimte op het bord om woorden in/op te verzamelen
- voor iedere categorie een envelop (3 in totaal)
- Dingen/mensen/dieren
- Werkwoorden
- Plekken
- Lees de voorbeeldwoorden en voorbeeldvragen zodat je het gesprek goed kunt leiden.
Deze 3 categorieën kun je als startpunt voor een verhaal gebruiken, daar gaan we in les 3 mee verder:
Hond – liggen – bank
De hond ligt op de bank
De kleine hond ligt achter de rode bank
-
Plan 2 momenten
- Woorden in school verzamelen en de woordenspaarpot introduceren. Daarna krijgen leerlingen de opdracht mee om thuis en in de buurt woorden te sprokkelen voor in de spaarpot.
- Spaarpot openen en bespreken. Plan een aantal dagen later het openen van de spaarpot in. Bespreek de woorden en sorteer in de categorieën.
Woorden in de klas
Ga speurend met elkaar op zoek. Wie ziet er geschreven woorden?
Waar vind je woorden eigenlijk? Alleen in boeken of op papier? Of misschien ook wel op potloden, op de muur, op de tafels en stoelen?
Op woordenjacht!
Jullie gaan in tweetallen op woordenjacht door de school. Waar vind je nog meer woorden? Neem een notitieblokje en een pen of potlood mee!
Jullie mogen alles opschrijven wat je tegenkomt: woorden, zinnen; makkelijke en moeilijke woorden, rare woorden en heel mooie.
Zoek niet naar woorden in boeken, maar kijk op de muur, de vloer, op bordjes, briefjes… Woorden vind je immers overal!
Zet de gevonden woorden bij de woorden op het bord. Bespreek de woorden. Gebruik daarbij een aantal van de voorbeeldvragen.
voorbeeldvragen
Maak een woordenspaarpot
Daarin kunnen jullie bijzondere woorden doen die jullie hebben gevonden, of nog tegenkomen komende weken.
Welk woord gaat er als eerste in? Een mooi woord? Of een lang woord? Wie doet het erin?
Maak er een bijzondere gebeurtenis van!
Woorden overal
Niet alleen op school zijn woorden te vinden, maar ook thuis, in de buurt, in het zwembad, of in de winkel.
Kom je buiten een bijzonder woord tegen? Schrijf het woord op en neem het mee naar school voor in de spaarpot!
Bijvoorbeeld in de foto hieronder. Wat is een ‘Paert’?
Bespreken en sorteren
Haal de spaarpot leeg en bekijk de woorden met elkaar. Zou je de woorden kunnen indelen in deze groepen?
- Dingen/mensen/dieren
- Werkwoorden
- Plekken
Stop de woorden in de juiste envelop.