De wilg in beeld

Wat kun je er mee?

60 minuten

  • Lesdoelen
    • De leerlingen bekijken filmpjes over een kunstenaar en een mandenmaker.
    • De leerlingen denken na over waarom er nog maar zeer weinig met wilgentenen gevlochten wordt.
    • De leerlingen oefenen met vlechtwerk.
  • Benodigdheden
    • voldoende papieren stroken van dezelfde breedte in verschillende kleuren ( vlechtstroken)
    • plakband
    • extra: tekenspullen en papier

Wat kun je er mee?

In de vorige les heb je ontdekt dat we eigenlijk niet veel gebruik meer maken van de wilg.

Kunstenaar Gavin Munro maakt wel nog gebruik van de wilg om meubels te maken, maar dan zonder te vlechten. Hij heeft een nieuwe manier gevonden om er stoelen en lampenkappen van te maken.

Bekijk het filmpje om te zien hoe hij dat doet:

(teksten zijn in Engels, maar het filmpje is ook duidelijk zonder vertaling)

  • Hoe ontstaan de stoelen van Gavin?

    Bekijk deze website voor meer plaatjes.

  • Wat vind je van deze techniek (manier van werken)?
  • Wat zou je allemaal op deze manier kunnen laten groeien?

Vlechten

Mandenvlechten is een heel oud ambacht. Misschien werd er in jouw familie ook wel gevlochten. Dit kun je terugzien aan je achternaam: Mandemakkers, Mandemakers, Manders, Vermande, Van de Mande.

  • Heeft iemand in de klas een van deze achternamen? Zo ja, vlechten zij nog manden?

En ook sommige vogels vlechten heel kundig hun nest.

In Nederland maakt bijvoorbeeld de Wielewaal een gevlochten nestje. Deze vogel hoort daarom bij de ‘wevers’. Misschien hebben wij mensen het ooit wel van de vogels afgekeken?

Wat maakten ze vroeger met wilgentenen?

Je kan manden vlechten, mattenkloppers, (eenden)korven en visfuiken. Maar ook schuttingen of kunstwerken. En wat dacht je van het versterken van dijken om het water tegen te houden?
Grote stukken vlechtwerk werden onder een dijk geplaatst, om de oever mee te beschermen. Omdat het onder water werd geplaatst, noemden ze dit: ‘zinkstukken’.
Voor die zinkstukken worden super veel wilgentenen gebruikt.
Die komen niet van de paar wilgen langs een slootje, maar van grote plantages.
Kijk maar:

Nederland heeft veel natte grond, waar de wilg goed op groeit. Maar veel gevlochten wordt er niet meer.

  • Waarom denk je dat er niet meer veel met wilgentenen gevlochten wordt?

    Het oude handwerk is vrijwel uitgestorven om twee redenen:

    1. het is niet meer rendabel
    2. de oogst van wilgentenen is uitermate zwaar werk. De ondergrond waarop gewerkt moet worden is meestal moerassig en dus moeilijk begaanbaar.

De volgende les gaan jullie aan het werk met mandenvlechter Fons Vermeij. Hij heeft veel verstand van wilgen en maakt zelf prachtige dingen van wilgentenen. Ook heeft hij een winkel waar hij allerlei spullen van wilgenteen verkoopt. 

Tijdens het bezoek van Fons maken jullie een vlechtwerk van wilgentenen.  Daarom gaan we nu oefenen met een vlechttechniek. Want als je deze begrijpt, kan je in de workshop veel sneller werken.

basistechniek:

  • Neem acht stroken papier, vier van een kleur en vier van een andere kleur.
  • Plak de bovenkant van vier stroken naast elkaar op een stuk plakband zodat je een brede stook krijgt.
  • Vlecht een nieuwe strook papier door de vier andere stroken (zie afbeelding). Laat hem onder de eerste strook doorgaan en dan weer over de volgende, onder, boven, klaar. En schuif hem helemaal naar boven.
  • Vlecht daaronder de volgende strook papier, maar start nu bovenover.
  • Ga om en om door tot je stroken op zijn.

Gevorderde techniek:

  • Gebruik meer stroken.
  • Plak de stroken niet vast
  • Verander het ruitpatroon door te spelen met boven en onderlangs gaan.